Toscane 2017

I screamIJs is the big thing in Italy! We zagen het al in Florence: ijscowedstrijden. Het publiek koopt een kaart, gaat ijsjes af en levert weer in. Een publieksprijs? Ook de ijstent op het plein in San Gimignano is wereldberoemd. Er hangen plakkaten van gewonnen prijzen. Wat voor competitie het is weet ik niet. En de ijsmeester van Gelateria Dondoli staat buiten de nar uit te hangen. Maar ondertussen heeft hij wel een lange rij voor het winkeltje. En wil met iedereen op de foto. Elke ijsverkoper probeert hier een uniek sellingpoint uit. Beste ijs! Eerste eigengemaakte ijs! Koudste ijs! Maar eerlijk is eerlijk: het smaakt goed.

Certaldo is de stad van de schrijver Boccaccio, de schrijver van de Decamerone. Reden om het huis en het museum van deze Giovanni te bezoeken. Het verhaal: 10 mensen ontvluchten het Florence van de pest in de 14e eeuw, sluiten zich veertien dagen op en om elkaar bezig te houden vertellen ze verhalen. De Decamerone is berucht om zijn erotische verhalen, en om de pittige humor en spot met de geestelijkheid en de gezagdragers. Het is een werk dat bepalend was voor de Italiaanse prozaliteratuur van de 14e eeuw en op die manier mee aan de basis lag van het moderne Italiaans (citaat uit Wikipedia).

Tegenwoordig is Certaldo een populaire trouwlocatie.

En ja hoor: de torens van San Gimignano willen niets anders zeggen dan: ik heb de grootste. Kijk mij eens rijk zijn. Dat geldt nog steeds. Op dit moment heeft Dubai de grootste.

En ja, in Certaldo heeft het huis van Boccaccio de grootste.

Toscane 2017 dag 7

La Vita e Bella
Heerlijk om door een stad te lopen met een thema in je hoofd. We volgen een route in Arezzo die ons naar plaatsen brengt waar opnamen plaatsvonden van La Vita e Bella. We herbeleven de film van Roberto Benigni. Op grote borden staan foto’s en worden filmquotes weergegeven.

Zo komen we bij het plein van de St Fransiscuskerk, waar we ook nog koffie gebruiken in restaurant Costanti. We komen langs het theater waar zich een wonderlijke scene afspeelde en ook bij het plein van Sante Flore e Lucilla. Op het grote plein (Piazza Grande) lunchen we, terwijl we genieten van de omgeving. Dit Arezzo ademt een nostalgische sfeer, ik waan me soms in de dertiger jaren.  Het standbeeld van Mussolinni is verdwenen, geen marcherende bruinhemden, en ook geen verwijzingen naar een oorlogsverleden. Al vierden de Italianen twee dagen geleden het einde van Wereldoorlog Twee. 

Thuis snel maar weer de film herbekijken.

Toscane 2017, dag 6

Petersworld

Het kleine kerkje in Pienza dat genoemd is naar St. Fransiscus bevat mooie kunstvoorwerpen. Het katheder is bijvoorbeeld een brandend braambos (naar Exodus hfdst 3: God die tot Mozes spreekt en zijn naam duidt). Een mooie symboliek om vanaf daarhet woord Gods voor te lezen. Het altaar is gemaakt uit drie brokken steen en ook de kerststal, het kruis en het Mariabeeld zijn bijzonder en eigentijds. Tijdens het bezoek word ik gebeld door Samir ( student Samir is derdejaars junior account manager, enthousiast met filosofie bezig, komt af en toe op school even bij mij langs  voor een praatje over politiek en algemene zaken en wil het later gaan maken in de mode. Nu al is hij volgens mij één van de beter geklede studenten, met meestal een zwarte hoed op en soms ook nog een gigantisch grote bril. Wat studeren betreft gaat hij het liefst zijn eigen gang, dus ik ben niet geheel verrast met het telefoontje tijdens de vakantie. Ik kan hem nu niet helpen en Samir snapt dat). 

Petersworld in Sienna is een ‘Amsterdamse friettent’. We bestellen allebei een puntzak frites met mayo, maar kunnen de hoeveelheid geen van tweeën op. Blijkbaar is de tent populair bij jongeren, achterin is een speciale ruimte gemaakt om te kunnen eten en ook onderweg zien we jongeren met friteszakken lopen. Dat je er twee sticks (stokjes) bij krijgt is ietwat vreemd. Misschien hebben de eigenaars een Amsterdamse fritestent gezien in de Chinatown. 

Verder is het vandaag echt Petersworld met kerkbezoeken. Petrus is immers de apostel met de sleutel. Al vraag ik me af in de kathedraal of ik nu in een kerkgebouw of in een touristtrap rondloop. Het kopen van een kaartje is weer heerlijk Italiaans geregeld, al is er gelukkig geen lange wachtrij meer op deze tijd (half vier in de middag). Ik las vorige week een bericht dat in de rij staan in lucratieve bezigheid voor Italianen kan zijn. Voor tien euro per uur zijn er mensen die voor jou in de rij willen staan. Jammer dat ik daar niet zo goed in ben.

De brioche met ijs is een mooie afsluiter voor het bezoek aan Sienna. Heerlijk ijs met pure chocolade. Om je tanden in te zetten.

Pane, vino & zucchero

Toscane 2017, dag 3, 4 en 5

Ik heb veel bewondering gekregen voor veganisten. Niet omdat ze zo trouw en secuur hun eten uitkiezen, maar vooral omdat ze zo goed zonder bestek moeten leren eten. In het kleine trendy restaurent in Florence waar we tussen de middag een veganistische wrap bestellen, krijgen we alleen een klein houten lepeltje om de saus te verdelen. Rode saus is het, waarschijnlijk een mengsel van aardbei en bieten. Om ons te helpen hangen bij het eettafeltje stokjes waaraan papieren placemats hangen. Erg trendy allemaal, maar oh zo ongemakkelijk. Tijdens ons eten vallen de papieren vellen zeker drie keer. En de groente uit de wrap verpreiden zich over de gehele tafel. Gelukkig is het wel erg lekker en hebben we alletwee onze handen nog.

Ook op dag vier eten we trendy in een wijnbar even buiten de historische kern van Montepulciano. We houden het bij een salade en een toetje. Het bier dat ik drink komt helemaal uit Steenbrugge. 

Dag vijf eten we bij een restaurant dat Pane vino & zucchero heet, naar een oud Toscaans toetje. Ik leer dat de pici (voor mij is het gewoon spaghetti) met de palm van de hand gedraaid is. De groente (twee reepjes paprika, twee reepjes courgette en drie schijfjes aubergine) zijn heerlijk gegrilld, mag ook wel voor vijf euro.  En bovengenoemd toetje is het proberen waard. De boterzachte roomkaas, met brokjes brood in een rode wijnachtige saus… verrukkuluk. En eigenlijk ben ik helemaal niet zo van de toetjes.

Het dorp Montepulciano staat vooral bekend om de wijn. Misschien wel de lekkerste wijnsoort uit Europa, zegt onze Capitoolgids. De  supermarkt heeft de beroemde wijn gelukkig ook. In het dorp kun je overal wijn proeven (en kopen natuurlijk).

Gistermorgen nog een mooie trimloop gemaakt langs de Arno.

Toscane 2017, dag 1 en dag 2

Florence, stad voor alternatieve handel
Het is een bijzondere tentoonstelling onder de kerk van San Lorenzo in Florence. Hedendaagse kunstenaars hebben een tentoonstelling met het thema van de kruisiging. Ik ben vooral onder de indruk van de manier waarop een kunstenaar zwemvesten laat zien op verschillende manieren. Het meest in het oog springt een gekruisigde Jezus met een zwemvest. Tja,  waarom zijn we soms zo onverschillig tegenover al die drenkelingen in de Middenlandes Zee en maken we ons wel druk om die ene dode die aan het kruis hing?  Een boot met Jezussen versterkt nog dit beeld.

Het is de derde keer dat we in Florence zijn, dat maakt dat de noodzaak om alles te willen zien in één dag niet meer zo aanwezig is. We genieten vooral ook van de leuke fietstocht langs de rivier de Arno. We verblijven immers zes kilometer ten oosten van het centrum in een 13e eeuwse molen, ook aan het water. We slapen in de oude, met dikke muren gebouwde, toren. Een bijzondere kamer, alleen te bereiken via een smalle wenteltrap.

In de binnenstad heb ik ook oog voor de manieren waarop mensen bezig zijn met alternatieve handel. Je tekent wat op de stoep (heel goed gedaan overigens), je slaat wat op emmers en deksels (maar dan wel super ritmisch), je legt wat replica’s op de grond. Het echte ambachtelijke bedelwerk is amper aanwezig. Deze handel brengt me wel op een idee om binnenkort nader uit te werken.

Hoe gang dit eigenlijk in de tijd van de Medici? Wat was toen de alternatieve handel? Michelangelo niet, die werkte gewoon in opdracht. En dat geldt ook voor al die andere namen die ik lees onderweg. En dat terwijl de namen van de kunstenaars in de San Lorenzokerk me onbekend zijn en blijven. Zoals al die drenkelingen die geen naam krijgen. Vergeten doden. Behalve die ene die aan het kruis is gestorven. Ongetwijfeld goede marketing.

Tenerife 2016/2017

Tenerife was verrassend warm, zowel in het noorden waar we een huisje huurden bij Pieter in San Juan de la Rambla als in het zuiden in het drukke Los Cristianos.

Een vakantie die in het teken stond van lekker eten (bij visrestaurants), lekkere wijn drinken, wandelen en genieten.

Nadeel was dat ik al op de heenreis, in het vliegtuig, last van mijn rug kreeg. De eerste week was het nauwelijks mogelijk een fatsoenlijke stoel te vinden. Hierdoor was de patio voor mij een plek om te vermijden. 

Het ochtendritueel: heuvelop lopen naar het dorp, joggen, naar de winkel voor brood. Vervolgens een locatie bezoeken, zoals de Teide of kleine dorpjes, voor het donker terug en eten in één van de vier visrestaurants. Dorada was mijn favoriete vis.

Oud en nieuw was rustig, we zijn buiten gaan kijken, maar echt spannend vuurwerk was er niet te zien.

In Los Cristianos was ook het lopen ’s morgens onderdeel van het ritueel. Tineke en ik zochten ook nu dorpjes op om te genieten van de zon. Pas de laatste middag hebben we gebruikt om wat te winkelen.

Met de ferry naar Farol

Thuis dacht ik: die pet hoeft niet mee, de weersvoorspellingen zijn niet zo best. En nu zit ik met een hoofd alsof ik ergens tegenaan gelopen ben. De ferry heeft ons vanmorgen naar een eilandje gebracht voor de kust. Welkom in Culatra. Een vissersdorpje met enkel wat restaurantjes en wandelpaden richting strand. We kunnen gelukkig wel wat water kopen voor onderweg. Er is een schooltje. Wil je hier je kinderen naar school laten gaan? Wil je hier opgroeien? Ik weet het niet. Het is rustig, verkeersvrij, maar afgelegen. Altijd zul je met de boot naar het vasteland moeten. We wandelen langs het strand richting vuurtoren. Daar hebben we geluk en kunnen we op de enige plek waar drinken en eten is een fijne stoel bemachtigen. Lezen, een olijfje nuttigen. Genieten. Om naar een wc te kunnen aan deze kant van het eiland moet je een sleutel vinden. Om vier uur brengt de ferry ons weer van Farol naar Olhao.

Y

Quarteira, dinsdagavond

Als we een straatje inlopen in de volkswijk van Quarteira zien we een verbouwde garage. Tenminste, dat denk ik. Als we naar binnen lopen zijn we in een soort van café. Er is een toog en er zijn drankjes te krijgen tegen vooroorlogse prijzen. Zitten kun je op een kratje. Het is tegen zeven uur en er lopen ook enkele bouwvakkers naar binnen. De eigenaresse komt met haar één meter vijftig nauwelijks boven de toog uit. Hier ga je niet naar toe om een avondje te kaarten, maar om na het werk even een slokje weg te tikken. Wij kiezen voor de port. Een mooi moment.

Piri Piri

Vlees of vis? vraagt de ober. We zijn net naar het restaurant Piri Piri gewandeld, zo’n twee kilometer van ons appartement in Quateira. Meer vragen heeft hij niet nodig, want als we vlees bestellen krijgen we gewoon eerst brood met olijven en vervolgens kippensoep. De salade en het vlees volgen al snel. De wijn is prima van kwaliteit. Na een toetje en twee kopjes koffie moeten we afrekenen, 24 euro. Het restaurant ligt in een volkswijk buiten de ringweg, de opmaak is minimaal. Hier ga je niet naartoe vanwege fadomuziek, gezellige nisjes of iets anders. Het is gewoon een ruimte waarin ook twee toiletten zijn gebouwd en waar de tafels in rijen staan.Na afloop is het heerlijk terugwandelen langs de boulevard om de wind te voelen en enkele druppels regen.

Dit is zondagavond in Quarteira.

Waffle House

Usa reis 2016 dag 35, slot

Een Waffle House is ‘jeugdsentiment ‘ voor ons, we ontdekten ze de eerste keer dat ik in Amerika was. Het is een gezellige, drukke ontbijttent. En vandaag zien we de eerste  tijdens onze trip 2016. We krijgen een plaats aan de bar en kunnen alles eens goed overzien. Er werken negen mensen op een oppervlakte die kleiner is dan in menig studentenhuis. Hier moet alles optimaal ingespeeld zijn op elkaar. Er zijn vier dames die contact maken met de klanten, dat kan gaan om bestellingen op te nemen, bestellingen te brengen, de kassa te beheren of om algemeen overzicht te houden, een leidinggevende.  Soms wurmt zich nog een vijfde dame tussen de werknemers om voor schoon/vuil te zorgen. Met de rug naar iedereen toe werken vier heren. Heer één, duidelijk leidinggevend, krijgt de briefjes van de bestellingen en roept af en toe wat en bakt zelf de wafels. Heer twee maakt de hashbrowns, heer drie bakt de eieren en heer vier bakt spek of worstjes. Het geheel komt op verschillende borden en op de een of andere manier krijg je precies wat je hebt besteld. Ik laat mijn wafel staan, het is teveel. Dame één (van de bestelling) geeft me een doggy bag, stroop, boter en silverware (plastic wegwerpbestek). En ’s middags kan ik nog heerlijk van mijn wafel genieten.

Na een bezoek aan een outlet, downtown Denver (voor de winkel Twist and Shout), brengen we de koffers naar het hotel, auto naar de airport en als de vijf nèt in klok zit zijn we klaar. Morgen vliegen.

Luistertip: Sturgill Simpson, A Sailor’s Guide to Earth